Een geschrokken agent en een bult aan de kapstok
Koning Bobbel is verdwenen. En de koningin is ook verdwenen. En niemand, niemand, níémand weet waar ze gebleven zijn. De lakei is vreselijk ongerust. Hij zoekt zich een ongeluk, maar hij kan de koning en de koningin echt niet vinden. En daarom belt hij uiteindelijk de politie.
Na een kwartiertje wordt er aangebeld. Er staat een agent op de stoep. ‘Heeft u ze al gevonden?’ vraagt hij aan de lakei.
De lakei schudt somber zijn hoofd. ‘Nee,’ zegt hij. ‘Ze zijn gewoon kwijt.’
‘Nou ja,’ zegt de agent opgelucht. ‘Dan ben ik in elk geval niet voor niets gekomen.’ Hij denkt even diep na. ‘Waar zouden ze kunnen zijn?’ vraagt hij dan.
‘Ja,’ zegt de lakei een beetje knorrig. ‘Dat is nu juist het probleem! Dat weet ik niet. Ik heb echt overal gezocht.
‘Mm,’ bromt de agent. ‘Ook in de kelderkast?’
‘Jazeker,’ zegt de lakei beslist. ‘Zelfs in de kelderkast.’
‘Maar dan zijn ze echt verdwenen!’ roept de agent geschrokken.
‘Daar ben ik nu ook zo bang voor,’ zegt de lakei met een snik in zijn stem. ‘En dat zou vreselijk zijn. Zeker omdat we vandaag hutspot eten, want de koning en de koningin zijn dol op hutspot.’
‘Ook dat nog,’ mompelt de agent somber. ‘En niemand weet waar ze zijn?’
‘Niemand,’ zegt de lakei. ‘Ik heb het iedereen in het paleis gevraagd. Alleen nog niet aan de kok.’

Gelukkig komt de kok er net aan.
‘Weet u soms waar de koning en de koningin zijn?’ vraagt de lakei.
‘Oei!’ schrikt de kok. ‘Helemaal vergeten. Wat ben ik toch een domme oliebol. We gingen namelijk verstoppertje spelen met z’n drietjes. Maar ik ben helemaal vergeten om ze te zoeken!’
‘Schandelijk!’ roept de lakei boos. ‘Ik ben zo ongerust geweest dat ik zelfs de politie heb laten komen! En nu bent u gewoon vergeten om de koning en de koningin te gaan zoeken…’
‘Ja maar…’ jammert de kok. ‘Ik ben het toch niet expres vergeten? Het was toch zeker maar een ongelukje?’
Natuurlijk, natuurlijk,’ sust de agent. ‘Laten we er vooral geen ruzie over maken. We kunnen het beste zo snel mogelijk gaan zoeken.’ Hij kijkt even in het rond. ‘Aha!’ zegt hij. ‘Ik zie al iets.’ Hij loopt meteen naar de kapstok. ‘Hangen hier altijd zoveel jassen?’ vraagt hij verbaasd. ‘Het is zo’n enorm dikke bult!’
‘Nu u het zegt…’ mompelt de lakei. ‘Zoveel jassen hébben we helemaal niet.’
‘Laten we ze dan maar eens weghalen,’ zegt de agent kordaat. Hij pakt een paar jassen van de kapstok. En jawel, hoor. Daar hangen de koning en de koningin, keurig met zijn tweetjes aan de kapstok.

‘Goede verstopplaats, hè?’ roept de koning vrolijk. ‘Ik dacht dat jullie ons nóóit zouden vinden!’
‘Zo leuk is het anders niet,’ zegt de lakei nijdig. ‘Ik was toevallig wel vreselijk ongerust!’ Hij wijst naar de agent. ‘Zó ongerust dat ik zelfs de politie heb laten komen.’
Nu schrikt de koning een beetje.
‘Niet boos zijn, hoor,’ zegt de koningin tegen de agent. ‘Het was toch zeker maar gewoon een spelletje? Weet u wat? U mag vandaag allemaal met ons mee eten. Omdat u ons toch nog gevonden heeft! En na het eten krijgt iedereen een dikke kus van mij.’
En daar worden de agent en de kok en de lakei gelukkig weer helemaal vrolijk van. Want ze zijn alle drie dol op dikke kussen. En zeker op de kussen van de koningin!
Met toestemming overgenomen uit Grappige verhaaltjes voor het slapengaan, geschreven door Marianne Busser en Ron Schröder. Met tekeningen van Dagmar Stam.
Zie ook www.mariannebusser-ronschroder.info