- Hang nestkastjes op. Vogels zoeken ruim van tevoren een
nestplaats. Zorg goed voor de vogels, hang bijvoorbeeld vetbollen
en een snoer met pindanootjes op. Leg iedere dag strooivoer
op een sneeuwvrije plaats neer en zorg ervoor dat er altijd een
klein schaaltje met water in de tuin staat.
- Schud sneeuw van bomen en struiken om te voorkomen dat
takken afbreken.
- Bij goed vorstvrij weer is het ideaal om fruit en andere
bladverliezende struiken en bomen aan te planten of om
fruitbomen te snoeien. Druiven kunnen nu nog worden gesnoeid.
Dode en zieke takken van struiken en bomen kunnen nu
verwijderd worden.
- Doe niets met planten als het vriest. Loop dan ook niet op het
gazon. Het geeft schade die pas tijdens het komende groeiseizoen
verschijnt.
- Zorg dat de opgeslagen kuipplanten niet uitdrogen.
Geef geregeld een beetje water en zorg voor voldoende
bescherming tegen de vorst. Lucht de opgeslagen kuipplanten
regelmatig, door bij vorstvrij weer het raam of de deur open te
zetten.
- Controleer de opgeslagen bollen en knollen regelmatig op
ziekten. Haal aangetaste en beschimmelde of rottende
exemplaren weg.
- Hyacinten, krokusjes, narcissen en tulpen kunt u in bloei
trekken door ze op te potten en koel weg te zetten. Zet ze pas
warmer als de bloemknoppen zichtbaar zijn.
- Controleer de kiemkracht van uw resterende zaden. Doe wat
zaad op een vochtig doekje, doe er een stukje plastic over en
plaats dit op de vensterbank. Als de helft van de zaden kiemt,
is het zaad nog bruikbaar.
- Zet de composthoop nog een keer om zodat deze in het voorjaar
goed verteerd is.
|